41  Zelfstandig  Verkennings  Eskadron
 

 

DE   ZELFSTANDIGE   VERKENNINGSESKADRONS


              
1.Inleiding .

Teneinde de in Indië aanwezige troepen geleidelijk aan te kunnen gaan aflossen, werden hiertoe in Nederland achtereenvolgens een aantal zelfstandige infanterie-brigades opgeleid. In de organisatie van deze brigades was een zelfstandig verkenningseskadron opgenomen. Dit eskadron bestond uit een staf- en verzorgingspeloton, drie verkenningspelotons en een mortierpeloton.
Een verkenningspeloton bestond uit een verkenningssectie en een tirailleurssectie, terwijl het mortierpeloton uit drie secties à twee stukken van 8 cm bestond. In verband met de souvereiniteitsoverdracht, waardoor alle troepen die in Indië aanwezig waren naar Nederland terugkeerden, werden slechts drie zelfstandige infanterie brigades naar Indië uitgezonden. Van deze brigades maakten het 41ste, 42ste en het 43ste Zelfstandig Verkennings Eskadron deel uit.

2. Het 41e Zelfstandige Verkenningseskadron

    door H.H.Prinsen, oud reserve 1e luitenant

De dienstplichtigen kwamen op 19 januari en 3 maart 1948 onder de wapenen in de Prins Willem III kazerne te Amersfoort. Het eskadron stond onder commando van majoor G. van Schaik. Na de opleiding te hebben voltooid, vertrok het eskadron op 8 oktober 1948 met het ss."Zuiderkruis" van Rotterdam uit naar Indië. Tijdens de heenreis werd de eskadronscommandant ziek en moest helaas na aankomst in Indië in het Militair hospitaal te Batavia worden opgenomen, waarna afkeuring voor de tropen volgde. Op 1 november 1948 meerde het ms. 'Zuiderkruis" af in de haven van Tandjong Priok.
Op 2 november debarkeerde het eskadron en werd met vrachtauto's vervoerd naar het Spoorstation Batavia. Van hier werd met de trein naar Bandoeng gereisd alwaar het eskadron om 14.00 uur aankwam aan Bandoeng-Station. Onmiddellijk na aankomst werd het eskadron per peloton opgesplitst en toegevoegd aan:
1e Peloton-verkenningssectie, luitenant B.H. Klap;
1e Peloton-tirailleursectie;
1e Eskadron 1 RHB, majoor van Stokkum;
2e Peloton-verkenningssectie, luitenant V.M.F.P.Bouwdijk-Bastiaanse;
2e Peloton-tirailleursectie, luitenant L.H.Ypes;
2e Eskadron 1 RHB, majoor Simons;
3e Peloton-verkenningssectie, luitenant J.in 't Veldt;
3e Peloton-tirailleursectie, luitenant M.C. van Trigt;
Res.Eskadron 1 RHB, ritmeester Koch;
Mortierpeloton, luitenant H.H.Prinsen;
Mortierpeloton , ritmeester Lauriard.

Per vrachtwagen werden de pelotons afgevoerd naar hun bestemmingen.
Het Stafpeloton  verbleef korte tijd in Bandoeng en werd vervolgens opgesplitst en her en der toegevoegd aan de pelotons, respectievelijk eskadrons, van het 1e Verkenningsregiment.
Het materiaal was vanuit Nederland vooruit gezonden en door het 1e Verkenningsregiment in ontvangst genomen. In de praktijk bleek dit alras te betekenen ' in verzekerde bewaring genomen' ! Slechts node werd het meest noodzakelijke aan het 41e Zelfstandige Verkenningseskadron afgestaan. De opzet van de commandant van het 1e Verkenningsregiment was de beginperiode te benutten aan een voortgezette opleiding, in het bijzonder het patrouillewerk als infanterist!.
Het 2e Peloton ( luitenant Bouwdijk Bastiaanse/Ypes ) en het Mortierpeloton werden echter vrijwel meteen actief ingezet. Dit vond mede haar oorzaak in de te bestrijden onrust, onder andere TNI en DI (Daril Islam) etc., in de betreffende gebieden (Tjitjalengka-Garout). Allengs kregen de pelotons een meer zelfstandige taak, dat wil zeggen het bezetten van bepaalde posten en verantwoordelijkheid voor de beveiliging van bepaalde deelgebieden.
Hierbij zij opgemerkt, dat veel van het daarvoor benodigde materiaal onthouden werd. Vooral de twee eerder genoemde pelotons hebben op die wijze in die periode veel en soms langdurige actiepatrouilles gelopen met wisselend succes en redelijk veel vuurcontact met TNI, DI e.a. groeperingen en/of benden. Daarnaast nam het 2e Peloton deel aan konvooidiensten van het 2e Eskadron van het 1e Verkenningsregiment. Met name kan in dit gebied worden genoemd de activiteiten door de Siliwangi Divisie van de TNI in het gebied Nagrek,Tjitjalengka, Madjalaja.

Met ingang van 29 maart 1949 werden het 3e Peloton (luitenant In 't Veld/vanTrigt), het Mortierpeloton (luitenant Prinsen) en een deel van de Staf onder commando gebracht van de plaatsvervangend eskadronscommandant, 1e luitenant G. Melis, en toegevoegd aan het 3e Eskadron van het 1e Verkenningsregiment (majoor Diemont). Dit detachement onder luitenant Melis werd verantwoordelijk gesteld voor de posten Patjet, Lemadjang, Tjiparaj, Bandjaran, Pameungpeuk, Ardja Sari, Bodjong en vanaf 7 juli 1949 de nieuwe post Koentji.
Ruwweg de voet van het berggebied ten zuiden van Bandoeng, met een TNI-pocket van de Siliwangi Divisie.

20 augustus 1949 is de datum van het ' Tactisch Zelfstandig worden van 41 ZVE ' Het eskadron werd tenslotte samengevoegd onder commando van ritmeester J.J.de Kat Angelino.
Het grootste deel van het voormalig gebied van het 2e Eskadron - 1e Verkenningsregiment, werd het actieterrein, dat wil zeggen, NW en ZW van Garoet, ruwweg begrensd door respectievelijk Nagrekpas - Goenoeng Goentoer - Goenoeng  Masigit - Goenoeng Tjikoeraj en in het oosten door een noordlijn vanuit Garoet. Detachementen waren gelegerd in Leles, Trogong, Panoendjoek, Kadoegora, Tjipanas en Bodjong Batoe. Het eskadron  was als een zelfstandige eenheid toegevoegd aan de 3e Infanterie Brigade onder commando van kolonel H.M.G.J. Lenz met het hoofdkwartier in Garoet.
Met deze zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid , met nu voldoende materieel, eigen voorzieningen op het gebied van communicatie, bevoorrading, inlichtingen etc. was een enthousiaste eenheid ontstaan die bereid en in staat was velerlei opdrachten uitstekend uit te voeren, zoals kolonel Lenz na verloop van tijd constateerde.Dit was ook wel nodig, want de opdracht aan het 41 ZVE luidde: Het gebied tussen Nagrek en Garoet vrijmaken van DI (en later TNI), rust en orde herstellen".
Een en ander hield in, zeer intensieve patrouillegang en 'doordouwen', resulterend in een groot aantal verliezen die de vijand konden worden toegebracht.

              


In september 1949 werd het record aantal patroulle-uren gereden per man van de 3e Infanterie-Brigade gehaald. Daarnaast werden gezamenlijke acties met andere onderdelen van de brigade in en buiten het brigadevak gehouden.
Ook werden enige keren niet al te gevaarlijke aanvallen op eigen kampementen afgeslagen, onder andere Leles,Daradjat en Trogong.
Naast gevechtspatrouilles werden inlichtingen - patrouillegangen  uitgevoerd. Iin verband met het op grote schaal voorkomen van pokken bij de burgerbevolking werden de Rode Kruis teams door patrouilles begeleid.
Ten behoeve van de voedselbevoorrading voor de geëvacueerde bevolking  vonden  de zogenaamde  "voedselbevoorradingsritten " plaats. Daarnaast werd twee keer per dag konvooibegeleiding geleverd op de route Garoet - Tasikmalaja v.v. waarbij uit de aard der zaak wel eens beschietingen voor kwamen.
Korte tijd werd ook de hoofdweg Bandoeng - Garoet tussen Nagrek en Trogong gekonvooieerd. Daarnaast werden escorteritten uitgevoerd in opdracht van de commandant 3e Infanterie Brigade met name ten behoeve van kolonel Lenz.

Na de souvereiniteitsoverdracht ontstond een geheel andere situatie. DI en TNI probeerden vuurcontact  te vermijden. Van DI zijde was er zelfs sprake van toenadering. Ook werd TNI-verbroedering " verplicht, onder andere per 9 januari 1950 resulterende in het begin van de opleiding  van twintig TNI-militairen in Trogong. Aan de andere kant werd in deze maand onder andere konvooibegeleiding geleverd bij de verplaatsing van KNIL-eenheden van Tasikmalaja en omgeving naar Soekaboemi in verband met gebiedsoverdracht. In de namiddag van 23 januari 1950 werd een versterkt bataljon naar Bandoeng gedirigeerd om te assisteren in de handhaving van orde en rust tijdens en na het terugtrekken van de tot een gewapende revolte gekomen militairen onder leiding van de bekende kapitein Raymond Westerling, en te patrouilleren in de stad ter geruststelling van de burgerbevolking. *)

Dit peloton is tot de repatriëring van het eskadron in Bandoeng gelegerd gebleven. In verband met de voortgaande gebiedsoverdrachten werd op 26 januari 1950 het grootste deel van het eskadron overgeplaatst naar het Pengalenganse. Een detachement werd achtergelaten om te worden ingezet voor konvooi- en andere beveiligingsdiensten.

De dag na vertrek van dit detachement werd een groot deel van de achtergebleven bedienden op de aloon - aloon van Trogong om het leven gebracht. De beveiligingsdienst in het Pengalenganse was de laatste en de lichtste opgave van het eskadron in Indië. Wel werd er zo nu en dan enige moeilijkheden  van de zijde van de TNI ondervonden, die inmiddels aan de voet van de bergen zuid van Bandoeng waren gelegerd. Van de zijde van het 41 ZVE bleef het bij fors en niet mis te verstaan vertoon, hetgeen voldoende bleek om (ernstige) ongeregeldheden te voorkomen.
Dit laatste was niet het geval met het in Bandoeng gelegerde peloton. Tijdens een nachtelijk treffen tussen de bemanning van een gepantserde 3/4 tonner en een aantal TNI-militairen vielen aan TNI-zijde enige doden en gewonden. De bezetting van de TNI-post trok zich terug en ontmoette in het nachtelijk duister de voorhoede van het in het Jaarbeursgebouw gelegerde TNI-bataljon, waardoor een onderling vuurgevecht ontstond. Hoewel het juiste aantal slachtoffers niet bekend is gemaakt, werd door dit voorval het verblijf van het 41 ZVE aanmerkelijk bekort.
Zowel TNI als het Civiel Republikeins Bestuur stonden er op dat het eskadron op de kortst mogelijke termijn Indië zou verlaten. In afwachting van het vertrek naar Nederland werd het gehele eskadron te Bandoeng verzameld en gelegerd in de kazerne aan de Papandjanlaan. Op 31 mei 1950 vertrok ongeveer 70% van het eskadron onder commando van luitenant B.H.Klap per ms." General Mac Rae " naar Nederland. De rest van het eskadron verliet op 6 juni1950 onder commando van luitenant Prinsen per ms. " Kota Inten " de haven van Tandjong Priok. Het ms. " General J.H. McRae " en het ms." Kota Inten " vielen respectievelijk op 23 juni en 6 juli de haven van Rotterdam binnen.

*) De revolte werd uitgevoerd door de APRA (Ankatan Perang Ratoe Adil = de strijdkrachten van de rechtschapen vorst). De voormalige KNIL-kapitein Westerling had enige tijd na terugkeer uit Celebes kans gezien een kleine strijdmacht ter sterkte van enkele honderden op te richten. Hij had dit legertje gerecruteerd uit verschillende onder andere door hem zelf getrainde inheemse dorpsmilities, Laskar Ra'jat, ex-TNI-militairen en enkele andere militante anti-republikeinse groeperingen. Het doel was om van Soekarno, die een centraal geleide republikeinse staat wilde, een Indonesische federatie af te dwingen. Deze federatie zou dan moeten bestaan uit een aantal staten met een zekere autonomie. Onder andere was aan West-Java (Pasoedan) zo'n autonomie toegedacht. De geruchten met betrekking tot een 'coup' deden reeds in begin 1949 de ronde en aan concrete aanwijzingen ontbrak het evenmin. De APRA-aanvallen waren gericht op Batavia en Bandoeng. De aanval op Batavia kwam niet van de grond en daarom moesten de APRA-troepen uit Bandoeng onverrichterzake terugkeren.



Personalia, beroeps-reserve, van het 41e Zelfstandige Verkenningseskadron. ( tussen haakjes de laatste rang).

majoor G. van Schaik: E.C. (Lt-kolonel)*
ritmeester J.J. de Kat Angelino: E.C. (ritm.)
1e luitenant C.W.G. Melis: plv. E.C. (res.lt.)*
2e luitenant H.H. Prinsen: plv. E.C./P.C. (res.lt)*
2e luitenant O.A. van Lennep: P.C. (res.lt)*
2e luitenant mr. B.H. Klap: P.C. (res.lt)
2e luitenant V.F.M.C.Bouwdijk Bastiaanse:P.C.(maj.)*
2e luitenant H. Ypes: P.C. (res.lt)*
2e luitenant J.in 't Veld; P.C.(res.ritm.)*
2e luitenant mr.M.C. van Trigt: P.C. (res.lt)
2e luitenant M.M.J. Beaujean: Gedet, (res.lt)*
2e luitenant Jhr.F.E.M. v.d.Poll: Gedet.(Lt-Kolonel)
2e luitenant P.H.Hoevenaars: Gedet.(Lt- Kolonel)
2e luitenant H.R.Korpershoek: gedet.(res.lt)

* = ovl.
 















Klik voor meer informatie op bovenstaande knoppen