42  Pantserwagens

 


 
 

Het  42e  Zelfstandige  Verkenningseskadron (RHB) 


 
              
door H.C.Voges, kolonel b.d.

Opkomst en opleiding  dienstplichtigen.

De dienstplichtigen van het eskadron kwamen in de tweede helft van 1948 onder de wapenen in de Prins Willem III kazerne te Amersfoort. Na een korte basisopleiding werden zij voor hun functieopleiding verdeeld over de diverse scholen, als wapenschool, verbindingsschool, rijschool, enz. Door een voortdurend tekort aan lesvoertuigen kon de rijopleiding niet worden voltooid en moest deze na aankomst in Indië worden voortgezet.

Oprichting en organisatie van het eskadron.

De oprichting vond plaats in januari 1949. Het eskadron bestond uit: Staf en verzorgingspeloton;
3 Verkenningspelotons, elk bestaande uit een verkennings- en een tirailleursectie;
1 Mortierpeloton, bestaande uit  drie secties à twee stukken van 8 cm.
Het eskadron stond onder commando van majoor W.D.Bosch (beroeps); plaatsvervangend commandant: res. 1e luitenant J.H.C. Voges die reeds van januari 1947 tot en met augustus 1948 in Indië als pelotonscommandant bij het 1e Verk. Regiment had gediend (de dag vóór het vertrek naar Indië aangesteld als beroepsofficier).
De verkenningspelotons onder commando van: res. 2e luitenant; C.Meijaard (commandant 1e peloton) met de res. wachtmeester Vermeijs als plv. pelotonscommandant; kornet R.S.Schortinghuis (commandant 2e peloton) en kornet J.Schoenmaker  als plv. pelotonscommandant; kornet N.M. Hart (commandant 3e peloton) en kornet J.Hellenberg Hubar als plv. pelotonscommandant; kornet G.W.Corporaal (commandant mortierpeloton).
Het verzorgingspeloton stond onder commando van res. 2e luitenant E.A.Krijgsmans (tevens MTO) met als plv. commandant kornet mr. J.O.J. Idenburg. De eskadrons-opperwachtmeester-instructeur was B. Bouma (beroeps).
Kort voor het inschepingsverlof werd in de Prins Willem III kazerne te Amersfoort een ouder- en verloofdendag gehouden die druk werd bezocht en waar het inmiddels ingestudeerde eskadronslied (gecomponeerd en van tekst voorzien door Joop van de Marel) meerdere malen luidkeels ten gehore werd gebracht. Aan het eind van de middag vertrokken allen met familie en verloofden voor een kort inschepingsverlof naar huis om twee dagen vóór de inscheping in de kazerne terug te keren.
De 25ste maart 1949 was de grote dag van ons vertrek. Reveille behoefde nauwelijks te worden gehouden. Een laatste appèl op het bekende voorplein in de Prins Willem III en uitgeleide gedaan door de achterblijvende bewoners van de kazerne marcheerde het eskadron in formatie door de stad naar het station, uitgebreid uitgewuifd door de Amersfoorters.
In Rotterdam vond de afvaart plaats met het s.s. "Volendam". De bootreis verliep vlot. De bekende hoogtepunten als het passeren van de rots van  Gibraltar en natuurlijk Port Said met de vele bootjes met kooplui rondom de "Volendam"  op 4 april 1949; het gesjacher met de kooplui, de bekende tovenaar aan boord met zijn "kielle-kielle" en zijn kuikentjes. Verder de interessante vaart door het Suezkanaal, de hitte in de Rode Zee en dan de dagen in de Indische Oceaan met alleen maar water om ons heen. Tijdens de reis, diverse theorielessen, corveediensten en ook het nodige luieren in de zon.
19 april. Sabang, allen een paar uurtjes stappen.
24 april. Debarkatie van een bataljon d.m.v. 2 landingsvaartuigen op de rede van Semarang.
26 april. Aankomst in Soerabaja. Het eskadron werd ondergebracht in een kamp, het zogenaamde Subsistentenkader voor doortrekkende eenheden. We ontvingen persoonlijke bewapening en een aantal lichte mitrailleurs (Lewis met ronde patronentrommel) die onze OWI Bouma nog uit de jaren van voor de oorlog kende en waarover door hem snel een aantal wapenlessen werden gegeven. We ontvingen ook enkele wielvoertuigen, nieuwe weapon-carriers. Vervoerd per drietonners gingen we beveiligd door 1-2 RHB naar Probolingo Luitenant Meijaard keerde met het gros van onze chauffeurs per boot terug naar West Java, waar in Tjimahi de chauffeursopleiding werd voltooid. In de periode 26 april - 10 juni inwerken en geleidelijk overnemen van taken en materieel van 1-2 RHB, patrouille rijden en -lopen ter beveiliging van de suikerrietvelden, die nogal eens in brand werden gestoken.
Acties op kleine schaal in samenwerking met delen van 1-2 RHB en 3-5 R.I. Op 12 mei vertrok het 2de peloton naar Djombang ter versterking van buitenposten van 4 R.I. en het 3e peloton gedetacheerd bij 2-2 RHB in Lawang. Op 19 mei vertrok het 1e peloton naar de suikerfabriek Djatiroto voor de overname van de taken en het materieel van het 1e peloton 1-2 RHB. Twee secties van het mortierpeloton samen met twee secties van het mortierpeloton 1-2 RHB  werden gedetacheerd  in Bondowoso en Sepandjang ter beveiliging van de suikerfabrieken en suikerrietvelden. De 3e sectie van het mortierpeloton ging voor enige tijd naar Wonolangan, omgeving Besoeki, waar een vroegere suikerfabriek weer werd opgestart. Na nog enkele detacheringen van delen van het eskadron, veelal op grotere afstanden van de staf van het eskadron in Probolingo, onder andere van een deel van het 3e peloton in Pasoeroean-Malang (4e daags) en de terugkeer en wederom elders detachering van 2e, 3e peloton en mortierpeloton, was de overname van het materieel van 1-2 RHB omstreeks 5 juni voltooid en werd dit eskadron op 10 juni ditmaal in konvooibeveiliging door ons naar Soerabaja  begeleid, vanwaar zij naar Sumatra zouden vertrekken. Het 1e peloton  was nog steeds gedetacheerd op grote afstand van onze staf in Probolingo, in Djaritoto, toen de grootste suikeronderneming in de Oost.

              


Zij hadden het er erg best en de rest was er nogal jaloers op. Goede legering, zwembad en toch wel vertroeteling door de planters. Het gebied waarvoor zij verantwoordelijk waren was wel groot, maar in vergelijking met de andere gebieden waarvoor onze detachementen verantwoordelijk waren, erg rustig. Op 10 juli was eindelijk ons mortierpeloton weer verenigd en werd in zijn geheel gedetacheerd in Porong bij het 8e Eskadron Vechtwagens in een oude, en voor het grootste deel vernielde, suikerfabriek. Hun belangrijkste taak was dan ook samen met delen van 8 Vew patrouille te rijden en konvooien te begeleiden tussen Porong-Bangil-Pasoeroean en Probolingo v.v., een vermoeiende en zeker niet van gevaar ontblote taak. 13 juli. Onze eerste gevechtsgewonde huzaar Wilkoos van het 2e peloton,schot in bovenarm, niet ernstig. 20 juli. Bericht van bevordering van onze kornetten tot res. 2e luitenant; werd voor zover mogelijk in Probolingo gevierd. De beëdiging liet echter nog wel even op zich wachten. 29 juli. De eskadronsstaf vertrok eveneens naar Porong. 3 augustus. Huzaar Faber van het 1e peloton verloor bij een verkeersongeluk bij KLakah het leven. Er waren nog
4 gewonden, gelukkig niet ernstig. 8 augustus. Niet ver van Porong liep een trein op een mijn.
Van 8 Vew en van ons mortierpeloton rukten meteen enige voertuigen uit voor hulpverlening en een actie in de omgeving van de plaats van het gebeurde. Op de terugweg bij Wonokerto reed de jeep van de majoor Bosch op een mijn. De majoor en huzaar Olij, zijn chauffeur, gelukkig alleen maar licht gewond. Jeep in puin. 25 augustus. De diverse detacheringen van 2e en 3e peloton werden opgeheven en het eskadron (minus 1e peloton) verplaatst naar Madioen en werd gelegerd in een oude Jappenkazerne, in zeer vervallen staat. Het geval stond buiten de stad in een kale zandvlakte. Het was er smoorheet, de bilikdakbedekking was bijna overal kapot en als het regende dan goot het binnen de gebouwen bijna even hard als erbuiten.
Het is de slechtste legering die we in de hele Indië-periode gehad hebben. Onze taken bestonden onder meer uit konvooieren van transporten, beveiliging van het vliegveld Maospati, patrouillerijden en patrouillelopen. Delen van de pelotons werden ook meerdere malen voor enkele dagen gedetacheerd op buitenposten van infanterieonderdelen, onder andere omgeving Ponorogo en bij de overgave van deze posten aan de TNI, zoals Balong, Badegan, Sampoeng, Tjampoersari, Blingi en Megatan, die in de eerste twee weken van oktober plaatsvonden. Eind november werden de voertuigen, die niet meer tijdig vóór de overgave van Madioen aan de TNI konden worden gerepareerd, naar Soerabaja afgevoerd. Begin december 1949 werd Madioen aan de TNI overgegeven en verplaatste het eskadron naar Soerabaja alwaar het werd gelegerd in de geniekazerne nabij de Wonokromobrug. Ook het 1e peloton werd weer bij het eskadron gevoegd. Kerstmis en Oud en Nieuw werden daar gevierd. een rustige tijd brak aan. Er werd veel aan sport gedaan en er werden uitstapjes gemaakt naar het heerlijk koele Trètes. Geleidelijk aan werden de pantserwagens ingeleverd en later ook de andere gepantserde voertuigen. Wielvoertuigen bleven zolang mogelijk behouden. Begin mei werd het eskadron in het havengebied van Soerabaja in havenloodsen gelegerd en begon het eentonige werk van wachtdiensten in het havengebied en het rijden van stadspatrouilles. Door de dienst Welzijnszorg werden in die tijd vakantietochten van enige dagen naar Bali georganiseerd. Een aantal gelukkigen onder ons hebben daarvan nog gebruik kunnen maken vóór het eskadron eind augustus 1950 per m.s. "Zuiderkruis"  naar Batavia voer en voor enkele dagen werd onder gebracht in het doorgangskamp "Makassar". Dàn begin september de inscheping op het Amerikaanse troepenschip de "General Ballou" en was voor 42 ZVE het Indië avontuur afgelopen. Na een voorspoedige reis arriveerde het eskadron op 7 oktober 1950 in de haven van Rotterdam om nog dezelfde dag met een welverdiend ontschepingsverlof te vertrekken.
De demobilisatie vond plaats in de periode tot en met 31 oktober 1950.

Personalia, beroeps-reserve, van het 42e Zelfstandige  Verkenningseskadron (tussen haakjes laatste rang)

majoor W.D. Bosch (luitenant-kolonel), overleden
1e luitenant J.H.C. Voges (kolonel),overleden
2e luitenant C. Meijaard (majoor)
kornet R.S. Schortinghuis (ritmeester), overleden
kornet J. Schoenmaker (2de luitenant), overleden
kornet N.M Hart (2de luitenant)
kornet J. Hellenberg-Habar (2de luitenant)
kornet G.W. Corporaal (2de luitenant)
2e luitenant E.A. Krijgsman
kornet mr. J.O.J. Idenburg (2de luitenant)
OWI  B. Bouma, (adjudant), overleden

Naschrift

Bij aankomst in Indië werd het 42 ZVE omgedoopt in 42 PAW. Het betreffende embleem werd ontworpen door huzaar Zwetsloot. Over Zwetsloot valt meer te vertellen.

Een dag na het uitstapje in Sabang kreeg huz. Zwetsloot het dienstbevel om corveedienst te gaan doen. In plaats om dat te gaan doen sprong hij liever over boord en voegde de daad bij  het woord. Ondanks het feit dat het daar stikte van de haaien kon men hem nog op tijd uit het water halen. Men vond hem zwemmend met een paar reddingboeien en nog steeds keurig zijn baret op. Een en ander liep met een sisser af alleen had de Volendam wel uren vertraging.

 
 





Klik voor meer informatie op bovenstaande knoppen