Het Passagiersschip VOLENDAM in 1940.






Bron " Nederlandse Koopvaardij W.O.2 " door Bezemer.
Het passagiersschip VOLENDAM (15434 ton) van de H.A.L. verliet, onder kapitein W.P.Wepster, in de vroege morgen van 29 augustus 1940 de Mersey met ruim 600 te Liverpool ingescheepte passagiers. Meer dan de helft daarvan waren Britse kinderen die naar Canada werden gestuurd om aan de gevaren van de zware Duitse luchtaanvallen te ontkomen. De VOLENDAM moest zich aansluiten bij konvooi OB 205, waarvan de Commodore, admiraal G.H. Knowles, zich op de VOLENDAM bevond. Om ca. 8 uur was het grote konvooi van ongeveer 56 schepen geformeerd en stoomde in negen kolommen door het North Channel naar de Atlantische Oceaan. De VOLENDAM voer als eerste schip in de middelste kolom, de vijfde, en had  51 als plaatsnummer.
De volgende avond, toen de Atlantische Oceaan reeds was bereikt, werd het zigzaggen gestaakt om botsingen te voorkomen. Want het was zo donker dat de volkomen verduisterd varende schepen elkaar niet meer zagen. Maar een Duitse onderzeeboot, de U 60, onder luitenant-ter-zee 2de klasse Schnee op 21 augustus uit Lorient vertrokken, had om een uur of zeven 's avonds het konvooi ontdekt en volgde het, op periscoopdiepte varend, behoedzaam. Na enkele uren kwam Schnee boven water. Zijn aandacht was al een paar maal getrokken door het grootste schip uit het konvooi, in  een der voorste linies varend ('ein alle anderen Dampfer stark herüberragender Brocken'). Dichterbij gekomen zag Schnee dat het een groot passagiersschip met twee schoorstenen was, hetwelk hij besloot aan te vallen. Het is merkwaardig dat de Duitse onderzeebootcommandant in zijn patrouillerapport uitdrukkelijk vermeldt (iets waar kapitein Wepster niet van rept) dat de zee die nacht sterk lichtte, waardoor hij de schepen van het konvooi duidelijk zag.
Tegen 11 uur (scheepstijd van de VOLENDAM) lanceerde Schnee op slechts 250 m afstand en met enkele seconden tussenruimte twee gelijk gerichte torpedo's,  met de bedoeling dat de tweede torpedo in het door de eerste geslagen gat zou binnendringen en verdere vernielingen zou aanrichten. Op de U 60 kon men, door het lichten van de zee, de beide torpedo's duidelijk volgen. Men meende dat ook op het aangevallen schip de torpedo's werden gezien en nog getracht werd ze te ontwijken (hiervan evenmin iets in het Nederlandse rapport). De eerste torpedo trof het voorschip aan stuurboordzijde en veroorzaakte een zware ontploffing. Maar de onmiddellijk volgende tweede treffer scheen nauwelijks uit te werken. Het voorschip kwam snel dieper te liggen, maar omdat de U 60 werd aangevallen en onder water ging, moest Schnee zijn waarnemingen opgeven. 'Wegen Alarmtauchen Untergang nicht beobachten kunnen', noteerde hij. De VOLENDAM zou echter helemaal niet ondergaan. Kapitein Wepster gaf na de torpedotreffer in ruim 1 direct order 'schip verlaten', doch herriep deze order vlak daarna. Het was echter een ruwe zee en er was nog slechter weer op komst. De gezagvoerder, beducht dat een waterdicht schot tussen ruimen 1 en 2 in het snel zinkende voorschip het zou begeven, besloot daarom reeds spoedig toch alle passagiers en het grootste deel der bemanning in de sloepen te laten gaan. Eerst de kinderen met hun begeleidsters, daarna de vrouwelijke passagiers, vervolgens de mannelijke en tenslotte de bemanningsleden. Thans bleek van hoeveel belang het was geweest dat de kinderen al een paar maal sloepenrol hadden gehouden. Mary Murdock, een meisje van 12 jaar, zei later: 'We hoorden een rommelend geluid en de alarmschellen die begonnen te rinkelen. We wisten precies wat we doen moesten, deden onze zwemvesten aan en renden naar de ons aangewezen plaatsen'. Binnen enkele minuten waren alle kinderen die nog sliepen gewekt en bij hun sloepen, velen nog niet geheel gekleed. Er was geen geloop, of gejaag, of paniekstemming, schreef kapitein Wepster, die de houding van de kinderen bijzonder prees. Ook de ontscheping in 18 reddingsboten verliep in volmaakte orde en opnieuw gedroegen de kinderen zich voorbeeldig en bleven opgewekt,zonder vertoon van angst. Een woord van lof komt zeker de kinderleidsters toe, die rustig en efficiënt optraden.Toen de sloepen van de VOLENDAM waren afgestoken, begonnen in sommige boten de kinderen spontaan te zingen, hetgeen al spoedig door de anderen werd overgenomen. Liederen als Roll out


the Barrel, There'll always be an England, Loch Lomond en John Browns Body, klonken in de donkere nacht over de holle zee. Het was indrukwekkend, wekte ontroering bij de ouderen en stak hen een hart onder de riem.
'Ik zag Britse flinkheid op de leeftijd van vijf',zei later een der zeelieden. 'Je zou denken dat jongens en meisjes uit hun slaap gehaald, naar dek geijld en in de reddingsboten gezet, bang zouden zijn. Maar wat deden die kinderen ? Zij zongen Roll out the Barrel en bleven dat zingen tot ze waren opgepikt'.Op de door de VOLENDAM uitgezonden noodsignalen waren drie schepen uit het konvooi te hulp gesneld: De Britse Bassethound (1174 ton) en Valldemosa (7222 ton) en de Noor Olaf Fosteness (2994 ton), die alle schipbreukelingen overnamen.
De torpedering was geschied op 56°4' N.Br - 9°52' W.L. dwz. een 140 mijl pal west van de Schotse kust, zodat de geredden spoedig in de Clyde-havens konden worden afgeleverd. Op 31 augustus kreeg de havenmeester van Greenock een sein van de Olaf Fosteness, die 251 personen van de VOLENDAM had overgenomen, onder wie 75 kinderen.
'Kinderen onvoldoende gekleed, zorg s.v.p. voor wat kleding, verwachten om 21 uur binnen te lopen'. Men begrijpt dat daarvoor aan de wal gezorgd werd en niet alleen voor de geredde kinderen op het Noorse schip. Alle 320 kinderen kwamen ongedeerd aan land. Hetzelfde gold voor de andere passagiers en bijna de voltallige bemanning. Want er viel één slachtoffer te betreuren: de purser R. Baron, die te water raakte toen hij in zijn boot wilde stappen en helaas niet kon worden gered. Vermelding verdient nog dat enkele Nederlandse gezagvoerders zich aan boord van de VOLENDAM bevonden, om de in de West door ons in beslag genomen Duitse schepen over te nemen.Ook de VOLENDAM zelf wist men te behouden.
Er werd voortdurend gepompt, terwijl de Britse marinesleepboot Salvonia vastmaakte en het zwaar beschadigde schip achteruit de Clyde wist binnen te brengen. (Achteruit, omdat er vooruit varend natuurlijk veel meer water door het grote gat in het voorschip van de VOLENDAM zou zijn binnengestroomd).Vandaar werd het door bergingsvaartuigen naar een nabijgelegen beschutte baai gebracht en de volgende dag aan de grond gezet. Duikers constateerden dat het schip aan stuurboord een gat had van ongeveer 16 bij 10 m.
Het duikeronderzoek leverde voorts de verrassende vondst op van een onontplofte torpedo in het voorschip, die naar boven werd gebracht. Alleen de kop, de zgn.'warhead' - een 'warhead' is afzonderlijk op de torpedo bevestigd - ontbrak en het spreekt vanzelf dat de torpedodienst van de Britse Marine bijzondere belangstelling had voor deze Duitse torpedo en er direct beslag op legde. Eerst nu werd duidelijk dat de VOLENDAM door twee torpedo's was getroffen, zoals ook de logboekgegevens van de U 60 vermelden, naar zij zagen. Schnee had dus zijn zin gekregen, want de tweede torpedo was niet tegen de scheepswand terechtgekomen, maar door het enorme gat, veroorzaakt door de explosie van de eerste torpedo, naar binnen geschoten, had zijn torpedokop verloren en was in het zand (dat als ballast werd meegevoerd) gesmoord. Met moet er niet aan denken wat mogelijk zou zijn gebeurd wanneer deze tweede torpedo iets meer naar achteren was terechtgekomen en daar een nieuw gat zou hebben geslagen. De VOLENDAM zou dan hoogstwaarschijnlijk vrij snel zijn gezonken.Het Nederlandse schip werd reeds spoedig naar een Clyde-werf gesleept, waar de herstelwerkzaamheden bijna een jaar duurden. In juli 1941 kwam de VOLENDAM weer in de vaart, nu als troepenschip.
Vermelden wij tenslotte nog dat de Britse autoriteiten na de torpedering van de VOLENDAM besloten, het overbrengen van kinderen naar veiliger geachte delen van het Gemenebest stop te zetten. Hun vervoer over zee leverde te veel risico's op. De aan hun belagers ontkomen Alcinous, Hermes en VOLENDAM zouden na hun herstel nog belangrijke diensten bewijzen aan de geallieerde zaak.De Alcinous met name bij de geallieerde landingen in Oran, op Sicilië en in Salerno; de VOLENDAM door in de verdere loop van de oorlog ongeveer 100.000 geallieerde militairen te vervoeren !